Alweer up and running? ‘Up’ wel, ‘running’ nee, dat nooit meer!

Laatst vroeg iemand me: “alweer up and running?” en ik realiseerde mij hoe het ‘running’ in deze zin wordt overgewaardeerd in onze maatschappij. Wat mij betreft nooit meer ‘running’, wel ‘up’, en hoe!

Wat ik dankzij de twee jaar long-covid heb geleerd is vooral de waarde van het vertragen, verstillen en verdiepen. Energie om te wandelen had ik niet, maar de natuur zelf deed mij ontzettend goed. De zintuiglijke prikkels in de natuur kon ik goed hebben, terwijl stadse prikkels me ongelooflijk snel uitputten. Dus daar zat ik: dagen, weken, maanden bij één en dezelfde boom. Ik zag de seizoenen aan mij voorbijtrekken en heb hierdoor een vorm van ‘aanwezig zijn’ ervaren die volledig tijdloos is. Doordat ik steeds maar weer vanuit dezelfde plek om mij heen keek, merkte ik de kleinste veranderen op en kon ik intens genieten van kleine dingen zoals de zon die door de wolken brak en op een spinnenweb scheen, of dauwdruppeltjes op een blad etc. Ik zou deze ervaring iedereen gunnen, zeker in deze hectische tijd. Volledig onthaast, in contact met de natuur en met het cyclische daarbinnen. 

De dood in de natuur kreeg voor mij ook een hele andere waarde: Het was geen eindpunt, eerder een soort tussenstap. Ik zag bomen die halfvergaan waren, waardoor ze een lichtplek creëerden die jonge boompjes weer de ruimte gaven om te groeien. En vermolmd hout dat veel leven mogelijk maakte voor insecten, paddenstoelen en mossen etc. 

Nu, inmiddels hersteld van long-covid ga ik nog steeds meerdere keren per week de natuur in en loop dan heel langzaam (in mijn vroegere long-covid tempo) waardoor ik me gegrond voel en veel kan waarnemen om mij heen. Door dat vertraagd wandelen, kom ik direct weer in die rustigere staat van waarin ik verkeerde tijdens long-covid. Ik vind dit heel fijn, het doet me zo goed om me sterk verbonden te voelen met alles. Die beleving wil ik nooit meer verliezen. Dankzij long-covid heb ik deze vertraagde staat en die verbondenheid weer ‘terug’ gevonden. Want ja, eigenlijk kende ik die staat maar al te goed. Als klein dromerig meisje kon ik zo goed in die staat verkeren in de natuur. Ik was deze alleen in de hectiek van het leven ergens kwijtgeraakt.  

Plaats een reactie